EU dringt Indo-Pacifische regio binnen

04.10.2021

Op 16 september heeft de Europese Commissie de EU-strategie voor samenwerking in de Indo-Pacifische regio gepubliceerd. Eerder, op 19 april, had de EU reeds haar belangstelling voor dit gebied kenbaar gemaakt, waarbij zij opmerkte dat de gemeenschap geïnteresseerd was in een grotere betrokkenheid bij de Indo-Pacifische ruimte, waarvoor benaderingen en beginselen voor betrokkenheid zouden worden ontwikkeld.

Rationele factoren

Volgens het document zijn de toekomst van de EU en die van de Indo-Pacific onlosmakelijk met elkaar verbonden, gezien de onderlinge afhankelijkheid van economieën en gedeelde mondiale uitdagingen. De regio omvat zeven leden van de G20 - Australië, China, India, Indonesië, Japan, de Republiek Korea en Zuid-Afrika - alsook de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten (ASEAN), die een steeds belangrijkere partner voor de EU wordt. De regio herbergt drie vijfde van de wereldbevolking, produceert 60% van het mondiale bbp, is goed voor twee derde van de mondiale economische groei van vóór de pandemie en staat aan de spits van de digitale economie. De ultraperifere gebieden van de EU en de landen en gebieden overzee die constitutioneel met haar lidstaten zijn verbonden, vormen een belangrijk onderdeel van de benadering van de Indo-Pacifische regio door de EU.

De Brusselse bureaucraten hebben ook een groene agenda in de strategie opgenomen door in de eerste paragraaf te stellen dat "de Indo-Pacific regio zowel een belangrijke bron van mondiale milieuproblemen is als een potentiële begunstigde van de oplossing ervan. Het aandeel van de regio in de wereldwijde uitstoot van kooldioxide is sinds 2000 gestegen van 37% tot 57%, en de regio zal tegen 2030 verantwoordelijk zijn voor meer dan 70% van de groei van de wereldwijde vraag naar energie. Verwacht wordt dat de klimaatverandering de mariene biodiversiteit, de natuurlijke rijkdommen en de visserij verder onder druk zal zetten, wat tot veranderingen in de dynamiek van de ecosystemen zal leiden. De Indo-Pacifische regio omvat een aantal hotspots voor mariene biodiversiteit, zoals de Koraaldriehoek, die 76% van alle koraalsoorten ter wereld herbergt en 120 miljoen mensen in het gebied ondersteunt. De Zuid-Chinese Zee alleen al is goed voor ongeveer 12% van de visvangst in de wereld en herbergt meer dan de helft van alle vissersvaartuigen in de wereld. De regio is dan ook van vitaal belang voor de matiging van de klimaatverandering en de bescherming van het delicate ecologische evenwicht van onze planeet.

Dit wordt gevolgd door een openlijke aanval op China.

"De afgelopen jaren heeft de geopolitieke dynamiek in het gebied van de Indo-Pacific geleid tot meer concurrentie, waaronder spanningen over betwiste grondgebieden en maritieme zones. Het aandeel van de Indo-Pacifische regio in de wereldwijde militaire uitgaven is gestegen van 20% van het mondiale totaal in 2009 tot 28% in 2019. Een machtsvertoon en verhoogde spanningen in regionale brandhaarden, zoals in de Zuid- en Oost-Chinese Zee en de Straat van Taiwan, zouden rechtstreekse gevolgen kunnen hebben voor de Europese veiligheid en welvaart. Er is ook een toename van hybride bedreigingen, onder meer op het gebied van cyberveiligheid. De democratische beginselen en de mensenrechten worden ook bedreigd door autoritaire regimes in de regio, waardoor de stabiliteit van de regio in gevaar komt. Evenzo worden de inspanningen om wereldwijd een gelijk speelveld te creëren op basis van transparante handelsregels in toenemende mate ondermijnd door oneerlijke handelspraktijken en economische dwang. Deze ontwikkelingen verergeren de spanningen in de handels-, toeleverings- en waardeketens. De COVID-19-pandemie heeft de veerkracht van de economieën op de proef gesteld, waardoor de onderlinge afhankelijkheid van de partners in de EU en de Indo-Pacific nog duidelijker aan het licht is gekomen en is gebleken dat beide partijen veerkrachtiger worden door een open, gediversifieerde en onvervalste toegang tot de wereldmarkten. Ten slotte toont ook de aanhoudende crisis in Afghanistan aan dat de ontwikkelingen in de regio directe gevolgen hebben voor de Europese veiligheid".

Op het Westen gecentreerd liberalisme

Voortbouwend op deze factoren zegt de EU dat zij haar samenwerking met partners in de regio moet versterken om "een op regels gebaseerde internationale orde te bevorderen". Met deze zin maken de EU-bureaucraten duidelijk dat zij in de voetsporen treden van Washington, waar zij voortdurend wijzen op een internationale orde die niet gebaseerd is op wetten en overeenkomsten, maar op de regels die het collectieve Westen aan de rest van de wereld probeert op te leggen.

Dit zullen de beginselen zijn waarop de EU haar langetermijnstrategie in Azië zal baseren.

Er wordt gesteld dat de EU:

- een op regels gebaseerde internationale orde versterken en verdedigen door inclusieve en effectieve multilaterale samenwerking te bevorderen op basis van gedeelde waarden en beginselen, met inbegrip van een verbintenis tot eerbiediging van de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat; - gelijke concurrentievoorwaarden en een open en eerlijk klimaat voor handel en investeringen bevorderen; - bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG's), de klimaatverandering en de aantasting van het milieu op het land en in de oceaan aanpakken, en steun verlenen

- aan werkelijk inclusieve beleidsvorming en samenwerking waarbij rekening wordt gehouden met de standpunten van het maatschappelijk middenveld, de particuliere sector, de sociale partners en andere belangrijke belanghebbenden; - Tot wederzijds voordeel strekkende handels- en economische betrekkingen met de regio tot stand brengen die inclusieve economische groei en stabiliteit bevorderen, en communicatie vergemakkelijken en aanmoedigen; - Als partner in de regio deelnemen aan onze inspanningen om meer bekendheid te geven aan de gevolgen van de wereldwijde demografische trends.

Praktische uitvoering

Voortbouwend op de eerdere ervaring van de EU met multilaterale overeenkomsten zal waarschijnlijk de nadruk worden gelegd op tariefregulering voor goederen en diensten, met inbegrip van het Stelsel van Algemene Preferenties, dat voor een aantal landen reeds van kracht is. Pakistan, Sri Lanka en de Filipijnen werken reeds samen met de EU in het kader van de SAP+-overeenkomst (die gericht is op duurzame ontwikkeling en bestuur). De EU heeft er geen geheim van gemaakt dat zij handelsovereenkomsten wil sluiten met Australië en Nieuw-Zeeland, die volgens het beschavingsschema van Samuel Huntington tot het westerse blok behoren. India, waarmee dit jaar al onderhandelingen zijn gestart, springt er ook uit. Het Instrument voor nabuurschap, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) - Europa als wereldspeler, een initiatief dat op 9 juni 2021 door het Europees Parlement en de Raad van Europa is gelanceerd, heeft een duidelijke milieuagenda en past in de geografie van de Indo-Pacifische regio.

Daarnaast is de EU voornemens digitale partnerschappen te sluiten met belangrijke spelers als Japan, Zuid-Korea en Singapore. Het is de bedoeling om met hen het eerste model te testen en het vervolgens uit te breiden tot de rest van de landen.

Het Erasmus+-programma zal worden toegepast op het onderwijs. Wat de veiligheid betreft, zal de ervaring van de EU NAVFOR in diverse missies worden uitgebreid van de Indische Oceaan tot de Stille Oceaan. De EU zal trachten zich in het zuidelijk deel van de Stille Oceaan te vestigen onder het mom van bestrijding van piraterij, smokkel en drugshandel. De EU heeft ook een project, Enhancing Security Cooperation in and with Asia (ESIWA), waarbij India, Indonesië, Japan, Korea, Singapore en Vietnam proefpartners zijn. Militaire deskundigen van de EU zijn reeds gestationeerd in Indonesië en Vietnam.

De lijst van geplande acties van de EU omvat de noodzaak om de handelsbesprekingen met Australië, Indonesië en Nieuw-Zeeland af te ronden, investeringsbesprekingen met India te voeren, de onderhandelingen met de Oost-Afrikaanse landen af te ronden, eventueel de handelsbesprekingen met Maleisië, de Filippijnen en Thailand te hervatten en uiteindelijk met de ASEAN te onderhandelen over een handelsovereenkomst tussen de regio's. Mogelijke overeenkomsten met Maleisië, Thailand en de Maldiven, alsmede het sluiten van groene allianties en overeenkomsten, worden overwogen. Australië, Nieuw Zeeland, Singapore, Korea en Japan worden genoemd als landen met een soortgelijke denkwijze die bij het programma Horizon Europa zouden kunnen worden betrokken. Japan en India worden gezien als belangrijke partners in de verbindingen met de regio. Tot slot wordt vermeld dat "moet worden nagegaan hoe ervoor kan worden gezorgd dat de lidstaten van de EU hun zeestrijdkrachten intensiever inzetten om de maritieme communicatielijnen en de vrijheid van scheepvaart in het gebied van de Indische Oceaan te helpen beschermen, en tegelijkertijd de maritieme beveiligingsvermogens van de partners in het gebied van de Indische Oceaan te versterken".

Aangezien China nauwelijks wordt genoemd onder deze en potentiële partners (alleen in het kader van de noodzaak om de uitstoot van kooldioxide te verminderen en als onderwerp van conflicten), kan worden geconcludeerd dat de EU haar aanwezigheid duidelijk zal versterken ten opzichte van de Volksrepubliek China, vooral gezien het verklaarde vertrouwen in een "op regels gebaseerde internationale orde" en de wens om zeestrijdkrachten in te zetten om de vrijheid van scheepvaart te waarborgen. Dergelijke acties van de VS hebben tot dusverre de spanningen en risico's in de Zuid-Chinese Zee en rond Taiwan alleen maar doen toenemen. De EU wil duidelijk op dezelfde hark gaan zitten.

Tenslotte zit er een duidelijke geest van neokolonialisme in de nieuwe strategie, ook al wordt die vermomd door zinsneden over samenwerking en gelijkheid.